De educatieve master zorgt voor meer problemen dan ze oplost

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wil de lerarenopleiding anders inrichten. Hiervoor wil ze een nieuw soort master invoeren, de educatieve master. Terwijl de lerarenopleiding dringend aan verbetering toe is en er een tekort ontstaat aan jonge leerkrachten, lijkt dat voorstel niet meer dan een schijnmanoeuvre te zijn.

Een op vier beginnende leerkrachten verandert van job binnen de vijf jaar[1]. Dat hoge cijfer is niet verwonderlijk. Leerkrachten kloppen tijdens het schooljaar vaak meer uren dan waarvoor ze betaald worden. Vooral jonge leerkrachten gaan gebukt onder zware werkdruk. Daarnaast krijgen zij de eerste jaren voornamelijk interim-contracten en hebben daardoor weinig werkzekerheid. Ook het grote aantal burn-outs toont dat leerkrachten in Vlaanderen nood hebben aan extra ondersteuning. Niet alleen de werkende leerkrachten, maar ook die in opleiding hebben klachten. Studenten van de SLO (specifieke lerarenopleiding) aan de universiteit klagen over het overmatige werk en het gebrek aan concrete voorbereiding op het voor de klas staan.

Hilde Crevits (CD&V), Vlaams minister van Onderwijs, beweert dat ze deze problemen wil aanpakken. Zo valt te lezen op site van Onderwijs: “Hilde Crevits wil een aantrekkelijke lerarenopleiding en het beroep van leraar nog meer het prestige geven dat het verdient.”[2] Vanaf 2019-2020 zal de lerarenopleiding hervormd worden. Een onderdeel van deze veranderingen is het invoeren van de educatieve master.

Wat verandert er?

Studenten die les willen geven in de 3degraad van het middelbaar onderwijs, behalen nu eerst een master in hun vakgebied. Daarna volgen ze een SLO om het pedagogisch bekwaamheidsbewijs te bekomen. Vanaf 2019-2020 zullen deze studenten kunnen kiezen voor de ‘educatieve master’ die de opleidingen tot vakdeskundige en leraar zou combineren. Met deze regeling zullen leerkrachten in spe sneller afstuderen. Volgens Crevits maakt dat de opleiding aantrekkelijker.

De combinatie van een vakspecifieke master en de lerarenopleiding zorgt in veel gevallen voor een vermindering van vakken en studiepunten ten opzichte van het oude systeem waarbij men beide opleidingen achtereenvolgens moest afwerken. Hoeveel studiepunten in een bepaalde opleiding verloren gaan, wordt bepaald via de zogezegde “wetenschappelijkheidsgraad”. Onder andere geschiedenis, rechten en economie worden door Crevits blijkbaar als minder wetenschappelijk beschouwd en worden heel wat ingekort in het nieuwe systeem.

Studentenprotest

Die verkorting van de opleiding brengt een verlies van vakinhoud met zich mee. Afhankelijk van de richting verliezen studenten 30 tot 90 studiepunten aan vakken, die gericht zijn op het verwerven van kennis van het studiedomein. Verschillende richtingen (voornamelijk binnen Letteren en Wijsbegeerte) verloren een aantal jaren geleden al veel vakinhoud, toen deze opleidingen omwille van besparingen verkort werden tot een éénjarige master. Het zijn ook opleidingen die de laatste jaren aan alle instellingen gebukt gaan onder besparingen.

Veel studenten zijn het daar niet mee eens. Verschillende Gentse studentenraden tekenden al protest aan. “De vorming tot leerkracht is pas volwaardig indien de leerkracht in kwestie ook kennis heeft over zijn vak. Toekomstige leerkrachten van onze faculteiten hebben dus nood aan een volwaardige opleiding (…).”[3]  Ook de Geschiedkundige Kring van de UGent liet van zich horen en schreef een openbrief om het verlies van vakkennis aan te klagen, die ondertussen al meer dan 1700 ondertekend werd. Toen deze studenten van plan waren met een protestactie naar Brussel te trekken, beloofde Crevits de educatieve master geschiedenis te herzien op voorwaarde dat er geen verder protest komt. In geen geval wil ze ook de andere educatieve master een volwaardig programma geven. Die belofte lijkt een zoethoudertje te zijn om het protest de kop in te duwen.

Een oplossing die er geen is

Door de herstructurering van de masteropleidingen zal een opdeling ontstaan tussen de studenten: zij die klaar worden gestoomd voor het onderwijs en zij die een wetenschappelijke totaalopleiding zullen volgen. De studenten moeten de facto reeds in de tweede bachelor kiezen welk traject (en dus welke carrière) ze zullen volgen, aangezien 15 studiepunten van de educatieve master opgenomen worden in de derde bachelor. Studenten die afstuderen in de educatieve master zullen zich later niet kunnen heroriënteren op de arbeidsmarkt en vastzitten in het beroep van leerkracht. Deze bedenking maakt ook de Vlaamse Onderwijsraad. Ze raadt de minister aan elke educatieve master uit minstens 120 studiepunten te laten bestaan. Crevits sloeg het advies van de VLOR echter volledig in de wind.

Als Crevits werkelijk de bedoeling heeft om de lerarenopleiding te verbeteren en jongeren te overhalen om leerkracht te worden, zoals ze op haar website beweert, dan zit heel de educatieve master toch behoorlijk slecht in elkaar. Het verlies aan vakinhoud kan niet echt een verbetering van de opleiding genoemd worden en zorgt net voor minder opgeleide leerkrachten. Zo is er in haar voorstel voor de educatieve master minder ruimte voor stage en uitdieping van specifieke vakdidactiek. En aan de redenen voor de enorme uitval van jonge leraren, zoals de werkonzekerheid en te hoge werkdruk, doet de Vlaamse regering helemaal niets. Beide doelstellingen zullen dan ook fictie blijven zolang men binnen het besparingskeurslijf blijft denken. Opleidingen en werksituaties van leerkrachten kan je niet verbeteren zonder investeringen, laat staan met verkapte besparingen zoals de educatieve master. 

De prioriteiten juist stellen

Dat de minister met zo’n lamentabele remedie voor nochtans zeer prangende kwalen op de proppen komt, heeft alles te maken met de prioriteiten die deze regering stelt. Besparen op alle publieke uitgaven is daar één van. Een ander stokpaardje is dat onderwijs moet afgesteld zijn op de ‘noden van de arbeidsmarkt’. Maar de particuliere noden van bedrijven zijn niet per se compatibel met het algemeen belang of de belangen van studenten en jonge werkers. De steeds vroegere opdeling van opleidingen naargelang de noden van specifieke sectoren, zorgt uiteindelijk voor A- en B-opleidingen en voor vakidiotie. Ten slotte hecht de regering veel belang aan de internationalisering van het Vlaamse onderwijs in het kader van het Bolognaproces. Dat proces heeft als doel om een ééngemaakte Europese onderwijsmarkt te scheppen, waarbinnen alle opleidingen dezelfde structuur en ‘munteenheid’ (credits) hanteren. Dit zou de concurrentie tussen instellingen moeten aanwakkeren en de samenwerking met het bedrijfsleven moeten verbeteren, naar analogie van het hoger onderwijslandschap in de Verenigde Staten.

Dat de educatieve master aan deze bedenkelijke criteria voldoet, staat buiten kijf. Maar om de problemen in het onderwijslandschap werkelijk te verhelpen, moeten we net vertrekken van een visie die de noden van de samenleving als geheel in acht neemt. De hele samenleving draagt namelijk via belastingen bij aan de financiering van het onderwijs en het is niet meer dan logisch dat onze universiteiten en hogescholen zich toespitsen op sociale, technologische en ecologische vooruitgang voor iedere burger. Dat begint bij een volwaardig verplicht onderwijs met volwaardige en gewaardeerde leraren. Leerkrachten moeten een totaalopleiding krijgen en vakdeskundigen worden om hun kennis over te dragen aan hun leerlingen. Ze hebben recht op een leefbare job met werkzekerheid. Daarom moet er in hun opleiding en werksituatie geïnvesteerd worden. Een correcte verloning, meer middelen voor scholen om meer leerkrachten aan te nemen en de werkdruk te verdelen, kwaliteitsvolle en diepgaande vakscholing, praktijkgerichte pedagogische opleiding en permanente bijscholing: dat moeten de prioriteiten zijn. Als het over de toekomst van al onze kinderen gaat, mag het hopelijk wel iets kosten.

[1] https://www.demorgen.be/binnenland/1-op-4-jonge-leraars-secundair-stopt-...

[2] https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/18-jarigen-kunnen-ook-aan-universitei...

[3] http://student.ugent.be/stura/index.php/2017/12/16/standpunt-educatieve-master/

In samenwerking met: